Bereid het water voor: Vul een brede pan met water, bij voorkeur met een lage rand, zodat je de eieren gemakkelijk kunt toevoegen en verwijderen. Voeg een eetlepel azijn en een snufje zout toe aan het water. Azijn helpt het eiwit bij elkaar te houden en zorgt voor een betere vorm.
Verhit het water: Breng het water langzaam aan de kook op matig vuur. Zorg ervoor dat het niet borrelt of in razend kokende beweging is, maar net onder het kookpunt blijft.
Breek het ei in een schaaltje: Breek voorzichtig een vers ei in een schaaltje of een klein kopje. Dit maakt het gemakkelijker om het ei voorzichtig in het water te laten glijden.
Voeg het ei toe
Kooktijd: Laat het ei pocheren gedurende ongeveer 3 minuten voor een zachtgekookte dooier of langer als je een stevigere dooier wilt. Houd de temperatuur van het water net onder het kookpunt en zorg dat het niet kookt.
Haal het ei eruit: Gebruik een schuimspaan om het gepocheerde ei voorzichtig uit het water te halen. Laat het ei uitlekken op keukenpapier om overtollig water te verwijderen.