Verwarm je BBQ of kamado indirect tussen de 110 en 120 graden.
Haal je vlees uit de vacuumverpakking en dep het droog met een stukje keukenrol of een schone theedoek. Dit zorgt ervoor dat het stuk mooi droog is aan de buitenkant en de overtollige sappen weg zijn.
Verwijder de vlies aan de achterkant van de ribben. Doe dit door met een bot mesje of de achterkant van een lepel tussen het vlees en de vlies te zetten, zo komt de vlies makkelijk los en kun je de rest er eventueel met je handen vanaf trekken. Mocht je een luie kok zijn, kan je ook de vlies kruislings in snijden, zodat er ruitjes ontstaan op de vlies. Hierdoor trekt het vlees niet krom als het straks op de BBQ ligt.
Snijd het overtollige vet weg dat aan de bovenkant van de shortrib zit. Een klein beetje vet kan nooit kwaad, vet zorgt tenslotte voor smaak, maar hoe meer vet en vlies er aan de buitenkant van het vlees zit, hoe minder de de specerijen zo dadelijk in het vlees kunnen gaan trekken.
Het maken van de rub
Meng de peper, zout, paprika poeder en knoflook poeder in een kommetje.
Marineren van het vlees
Leg de short rib in een grote kom of bak en besmeer hem met een kleine hoeveelheid plantaardige olie. (dit zorgt ervoor dat je rub zometeen mooi vast blijf plakken)
Schenk de rub over het vlees en zorg ervoor dat het hele vlees bedekt is met de rub.
Garen van het vlees
Voeg het rookhout toe aan de BBQ.
Leg de ribs met indirecte warmte op de BBQ en plaats een kerntemperatuurmeter in het dikste punt van het vlees, tussen de botten.
Gaar de ribs tot 90/92 graden en check of ze gaar zijn. Dit doe je doormiddel van een satéprikker of een spies in het vlees te prikken. Het vlees hoort zo zacht te zijn als boter, mocht dit niet het geval zijn, laat ze nog rustig een kwartiertje liggen.
Laten rusten van het vlees
Pak het vlees in met aluminiumfolie en een theedoek en laat het ongeveer 1 uur rusten.